MOORD-MAMMOET

Bijgewerkt op: 17 aug.

Daan Borrel


Beluister hier hoe Daan haar eigen Mammoetje voorleest:


Een maand na de iepenmoord

Aan het einde van het fietspad, dicht bij ons huis, zijn grote bomen gekapt.


De iepenziekte, lees ik op een geplastificeerd A4’tje van de Gemeente Amsterdam als ik langs de plaats delict loop. Als ‘ze’ niks zouden doen, staat er verder, zouden de zieke bomen de anderen ook besmetten. In het plantseizoen worden er nieuwe geplaatst.


Ik loop erlangs en geloof er niks van. Het zou me niets verbazen als hier binnenkort gebouwd wordt.


Ik tel in totaal zeven bomen die weg zijn. Ineens is op deze plek langs het fietspad de hemel zichtbaar. Blauw. Als ik hier fiets of wandel moet ik normaal altijd aan het buitenland denken, aan landen waar ik zelf niet ben geweest, maar die ik wel op plaatjes heb gezien, dichtboombevolkte landen. Nu is die buitenlandervaring verdwenen. Er is alleen nog een open plek, wat struiken, daaromheen enkele overgebleven kleine bomen.


Ik loop met een lege kinderwagen voor me, want ik moet mijn kind ergens ophalen. Ik houd het handvat stevig vast. Dit is eigenlijk de ideale situatie: ik heb houvast, ik navigeer ergens naartoe, maar ik moet nog niks, het is stil, ik heb alle ruimte om te denken, voelen, kijken.


Er lopen nog verse sporen van de kapwagen over het hoge gras, tussen de struiken door. Omdat het warm is maar het vanochtend heeft geregend komt er een vochtige, naar aarde ruikende walm van de grond af, de overgebleven stammen zijn zo fel van kleur dat het haast zeer doet aan mijn ogen, als vers bloed. De schors hebben ze er zo te zien eerst af gefileerd. Verder zie ik flinke japen in de stammen zitten.


Ik snap niet waarom ik niet op de grond ga liggen huilen, gillen desnoods, want mijn buik loeit als een koe. Het kappen moet echt net gebeurd zijn, misschien nog geen uur geleden, de energie in de lucht is drukkend, loodzwaar. Ik loop langs lijken. Ik denk aan alle mensen die de laatste tijd ineens kanker kregen. Als mensen ziek zijn, doen we ze toch ook niet weg? Dan proberen we ze toch beter te maken?


Ik loop gewoon door met mijn dure Joolz, ik aanvaard ‘hun’ keuze.


Een vriendin die goed is met sociale media plaatste een tijd terug foto’s van zichzelf waarop ze bomen knuffelde. Ze was daarvoor samen met een fotograaf speciaal de bossen ingegaan. Toen ik de foto’s zag, bedacht ik me dat ze me nooit had verteld dat ze van bomen hield – ik bedoel een bewuste manier van ‘houden van’, zoals je pas op latere leeftijd echt kunt snappen dat je ouders je in leven hebben gehouden, hoe kwetsbaar zij daarvoor moeten zijn geweest. Haar foto’s maakten me boos, maar vooral jaloers, omdat ik zelf nooit zo’n foto plaatste, of zelfs maar maakte. Misschien had ze mij nooit over haar affaire met bomen verteld, bedacht ik me, omdat ik haar ook nooit verteld had dat ik in periodes van verdriet naar het bos fiets om stiekem mijn armen om grote stammen heen te slaan. Het helpt altijd.


Sinds mijn zwangerschap, realiseer ik me nu ik hier loop, heb ik dat niet meer gedaan. Misschien omdat ik zelf een boom geworden ben. Voor haar.